maandag 17 maart 2025
Willem
dinsdag 25 februari 2025
Een club waar je niet bij wil horen
Ik hou niet alleen een lijst bij van beroemde migrainelijers, ik spaar ook romanpersonages met migraine. Aanvankelijk uit ergernis; migrainepatiënten in boeken zijn meestal de personages waar je als lezer de minste affiniteit mee hebt. Het zijn zeurpieten. Aanstellers. Manipulators. Het lijkt alsof de migraine is toegevoegd om het personage nog onsympathieker neer te zetten, het is eerder een karaktereigenschap dan een ziekte. Gelukkig zijn er uitzonderingen. Zoals Emily, de moeder uit Boetekleed. Ian McEwan beschrijft haar ‘waakzame zintuigen’ als ze zich met migraine heeft teruggetrokken in de stille donkere slaapkamer als een ‘zesde zintuig’, ‘een bewustzijn dat als een tentakel uit de schemer kwam en zich door het huis bewoog, ongezien en alwetend.’
In Prachtige wereld, waar ben je van Sally
Rooney zitten twee migrainepatiënten. Simon en Eileen, die al hun hele leven
vrienden zijn, hebben allebei migraine, waar ze pas over praten nadat ze voor
het eerst seks met elkaar hebben gehad. Alsof het daarvoor te intiem was. Ze
treden niet in detail, het is niet meer dan een mededeling die ze de ander
doen. Juist doordat ze er zo weinig woorden aan vuilmaken wordt duidelijk dat
ze weten waar de ander mee te maken heeft. Ze behoren allebei tot een club waar je liever niet bij hoort.
Er zijn mensen die zeggen dat Picasso aan migraine leed – kijk maar naar zijn zelfportretten. Onderzoeken zijn er zelfs naar gedaan, maar de uitkomst was altijd: geen migraine.
Er zijn mensen die beweren dat Alice in Wonderland een migraineaanval beschrijft – en niet een drugstrip, zoals in de sixties gretig werd beweerd (Grace Slick, I’m talking to you). Lewis Caroll stond niet bekend als een gebruiker van opiaten. Wel leed hij aan ernstige hoofdpijnen die gepaard gingen met gevoelens van desoriëntatie, verwardheid en visuele waarnemingen die doen denken aan het ‘flikkerscotoom’ dat sommige migrainepatiënten ervaren voorafgaand aan de hoofdpijn: vlekken, lichtflitsen of gedeeltelijke beelduitval. Bij kinderen gaat dit soms nog veel verder, die kunnen kleine dingen als groot ervaren en grote dingen als klein, waaronder hun eigen lichaam of delen van hun lichaam. Dit staat bekend als het Syndroom van Alice in Wonderland.
Ik bezit een boekje met de opwekkende titel Migraine
als muze, waarin neuroloog Joost Haan en onderzoeker ethiek en fictie Frans
Meulenberg fragmenten uit de literatuur verzamelden waarin migraine een rol
speelt. Eén hoofdstuk is gewijd aan De avonturen van Alice in Wonderland &
Spiegelland. Alice haar avontuur begint als ze op een zomerdag in de tuin
zit en last heeft van de warmte (ook mijn aanvallen worden vaak getriggerd door
warmte en/of schel zonlicht). Vervolgens krijgt ze last van vreemde visuele
waarnemingen, spraakstoornissen, overgevoeligheid voor geluid en extreme
vermoeidheid. Allemaal zaken die ik ken. Dingen verdwijnen of verschijnen
plotseling, zoals de (glimlach van de) Cheshire cat, ze ervaart dat haar hals
plots heel lang is, ze kan haar handen opeens niet meer zien, en ze ziet iets
dat zou kunnen doorgaan voor een flikkerscotoom: de witte koningin die
verandert in een breiend schaap waarvan de breinaalden alsmaar toenemen.
Toch achten Haan en Meulenberg het niet heel
waarschijnlijk dat Carroll een migraineaanval beschreef; nergens in het boek
wordt melding gemaakt van het belangrijkste symptoom van migraine: hoofdpijn.
Ik weet niet of ik het daar helemaal mee eens ben. De Hartenkoningin?
Haar verlangen om jan en alleman, inclusief Alice, te laten onthoofden? Off
with her head! Dat heb ik ook vaak gedacht, verlos me van die kop!
Maar ik geef toe dat het wat vergezocht is. Misschien
is het met migrainepatiënten net als met vrouwen die als ze zwanger zijn opeens
overal zwangere vrouwen zien. Ik blijf niettemin stug mensen en fragmenten
verzamelen. Zo lang ik veroordeeld ben tot die club waar ik niet bij wil horen biedt het in ieder geval troost te weten dat er ook machtige en iconische mensen bij die club zaten, dat zelfs zij er niet aan ontkwamen.
vrijdag 18 oktober 2024
Piekepokkets
Ik ging het account volgen. Het had iets heel bevredigends om de filmpjes te zien, ik zou zelfs willen zeggen: iets geruststellends. Soms zag je de roepende Venitiaanse even in beeld, dat waren magische momenten. Ze was van middelbare leeftijd en had kort blond geverfd haar. Not all hero’s wear capes, wil ik maar zeggen.
De zakkenrollers waren zonder uitzondering jonge vrouwen die gekleed gingen als toerist, iets waar ik hevig verontwaardigd over was. Het zegt misschien iets over mijn naïviteit dat ik me juist dáár druk over maakte.
Ook in andere Italiaanse steden werden nu dit soort filmpjes gemaakt en gepost. Soms liep er iemand met een telefoon achter de vrouwen aan, terwijl onder het filmpje de stem van de middelbare blonde vrouw uit Venetië was gemonteerd. ‘Attenzione! Borseggiatrice! Piekepokkets!’ Als de zakkenrolsters merkten dat hun identiteit was onthuld, draaiden ze onmiddellijk hun gezicht weg en ze maakten zich uit de voeten, alle drie een andere richting op. Als de filmer achter ze aanging begonnen ze te rennen of te slaan. Buiten beeld bleef de vrouw uit Venetië onvermoeibaar roepen. ‘Attenzione! Borseggiatrice!’
Het zijn Roemenen, begreep ik, bendes. In de volgepakte metro bestudeerde ik de gezichten van de drie vrouwen bij de ingang. Een van de drie zag me kijken. Ze keek terug, wendde haar blik af, keek weer terug. Ik bleef haar strak aankijken, mijn hand op mijn tas, klaar om me bij het snelgroeiende leger van middelbare vrouwen met kort geverfd haar te voegen en boven iedereen uit ‘Attenzione borseggiatrici!’ te roepen. Maar bij station Termini stapten ze uit, alle drie. Ik overwoog nog even om achter ze aan te gaan, maar het regende. Althans, wat de Italianen regen noemen.
donderdag 19 september 2024
Flessenpost
Voor de serie Flessenpost van het Vlaamse blog Aanlegplaats schreef ik een brief aan Gerbrand Bakker, die eerder een brief aan mij schreef.
Er waren altijd boekpresentaties, feestjes, borrels waar we elkaar tegenkwamen. Eigenlijk waren we een mobiele stamkroeg met z’n allen. Man, wat ging er een drank doorheen. Dat was toen al een probleem. Hadden jullie de dag erna gewoon een kater, ik had een kater plus migraine. Toen ik uit de binnenstad verhuisde, naar de rustige kant van de Amstel, bleef ik steeds vaker thuis. Mijn kop trok het niet meer.