donderdag 26 oktober 2017

Ik ook

Het zijn roerige tijden. Er gaat geen dag voorbij dat ik er niet aan denk. Elke avond in bed bedenk ik wat ik erover zou kunnen schrijven, welke ervaring ik zou kunnen delen. In het donker spreek ik zinnen in op de memorecorder op mijn telefoon. Tegelijkertijd vraag ik me af wat mijn testimonials nog kunnen toevoegen aan de stroom verhalen die ik de afgelopen weken voorbij heb zien komen. Ik heb ze verslonden, die verhalen. Hoe ellendig ik er ook van werd, het deed me goed om ze te lezen. Elk verhaal zei: je bent niet alleen. Je bent niet de enige sukkel die niet in staat was een situatie goed in te schatten. 19 was ik, roekeloos en naïef (nu zou ik gewoon zeggen: jong. Nu zou ik zeggen: ik wilde leven). Toen dacht ik: eigen schuld. Had ik die twee jongens maar niet bij me thuis moeten uitnodigen. De eerste die ik het vertelde, mijn beste vriendin, keek me aan van: tja, wat had je dan verwacht?* Daarna duurde het ruim tien jaar voordat ik weer iemand in vertrouwen nam.
Toen ik er een verhaal over schreef voor mijn debuutbundel, schreef de persklaarmaker (v) met een scherp potlood in de kantlijn: ‘Ze had die lui toch zelf in huis gehaald?’
Teruggefloten, op mijn plaats gezet. Eigen schuld, niet zeuren. Dat gevoel is nooit helemaal weggegaan. Het woord schaamte viel vaak in de discussie de afgelopen weken, terloops, zonder verdere uitleg. Wat ik miste was iemand die uitlegde hoe schaamte te werk gaat. Hoe krachtig en verwoestend het is.
Dat enorme hoeveelheden vrouwen en ook mannen, ondanks die schaamte, de afgelopen weken naar buiten traden met hun verhaal, heeft mij ontzettend goed gedaan. Ik voelde me gesteund en verbonden met anderen dankzij die verhalen. Eerst was ik iemand met een morsig geheim, nu besef ik dat ik al die tijd deel heb uitgemaakt van een morsige samenleving. Het had niks met mij te maken, het is een algemeen probleem, waar we met z’n allen een oplossing voor moeten zien te vinden.
Daarom is het des te pijnlijker om iemand als Hanneke Groenteman in DWDD te horen zeggen dat zij nooit is lastiggevallen omdat ze niet aantrekkelijk genoeg was, en van zich af wist te bijten. Als Hanneke zich een béétje had ingelezen – geen vreemde eis, toch, voor een talkshowgast? – had ze geweten dat alle soorten vrouwen worden verkracht, aangerand en bepoteld: knappe vrouwen, lelijke vrouwen, verlegen vrouwen, dominante vrouwen, bejaarde vrouwen, ja, zelfs baby’s. Seksueel geweld heeft niks met lust te maken maar alles met macht; dat wordt nu al twee weken lang overal dagelijks herhaald – en Hanneke weet het nog niet? Wil Hanneke Groenteman zo snel mogelijk naar de uitgang komen en haar lidmaatschap van de feministische club inleveren?
Aleid Truijens, nog zo een, die lijkt gewoon in het verkeerde verhaal beland met haar ‘elk meisje is wel eens met een docent naar bed geweest in ruil voor betere cijfers.’
Wat is het met die vrouwen? Jessica Durlacher – ik weet niet eens waar ik moet beginnen. Vrouwen moeten niet zeuren, het hoort er gewoon bij als je jong bent, the ways of the world? Jessica Durlacher: ga je schamen, diep schamen.
Ik heb zó veel onzin voorbij zien en horen komen. Vrouwen zouden zichzelf slachtofferen (zoek het woord ‘slachtoffer’ even op in het woordenboek, alsjeblieft), de discussie zou met te weinig humor gepaard gaan (note to self: meer verkrachtingsgrappen maken) en mannen klaagden dat ze straks niet eens meer een hand op een vrouwenschouder mochten leggen (please...).
Gelukkig las ik ook goeie stukken van mannen. Op Facebook vooral. Want, zei een schrijver van zo’n stuk, hij had het aangeboden aan kranten, maar die wilden ‘de discussie juist een beetje afbouwen’.
Nee. De discussie begint pas. We hebben met z’n allen een stinkende wond opengekrabd. Daar gaan we nu geen Disneypleister meer op plakken.

*Twintig jaar na dato vertelde de vriendin me als jong meisje te zijn verkracht door een familielid. Ze had er nooit over gesproken. Misschien verklaarde dat haar reactie op mijn verhaal: daar praten we niet over, we stoppen het weg, diep weg.

vrijdag 13 oktober 2017

Het experiment

Een poosje geleden ging op social media een filmpje rond waarin mensen konden ervaren hoe het is om migraine te hebben. Vrienden en familieleden van migrainepatiënten kregen in het filmpje twee minuten lang een virtual-realitybril op waarmee de visuele effecten van een migraineaanval werden nagebootst. Allen waren na afloop hevig onder de indruk.
‘Mijn god,’ zei een vrouw tegen haar beste vriendin. ‘Ik snap niet hoe jij nog kunt functioneren.’ Een andere vrouw sloot geëmotioneerd haar dochter in de armen. ‘Ik vind het zó erg dat je hier doorheen moet.’ En een man wiens partner aan migraine leed, zei berouwvol tegen haar: ‘Het spijt me dat ik ooit aan je heb getwijfeld.’

Wat hadden de proefpersonen nu precies te zien gekregen? Ook dat liet het filmpje zien: dansende en golvende lijnen, felle lichtflitsen en zwermen witte stippen die door hun beeld vlogen. Een beetje zoals een lsd-trip doorgaans in films wordt uitgebeeld.
Ik stond paf. Als dít migraine was, hoorde je mij niet klagen.

Ik heb het even opgezocht, maar bij slechts 30% van de migrainepatiënten gaat een aanval gepaard met aura’s. En zelfs van die groep vraag ik me af of ze zich zal herkennen in het filmpje. Want waar was de misselijkheid, waar was het overgeven, het rillen, het zweten, de overgevoeligheid voor licht en geluid, en vooral: waar was de pijn?

Het filmpje was geproduceerd door een bedrijf dat pijnstillers maakt. De boodschap: migraine is een onbegrepen ziekte, maar wij begrijpen het wel; koop ons middel.

Mochten ze ooit besluiten een vervolg op dit filmpje te maken, dan heb ik nog wel een paar tips voor ze. Zorg dat het experiment zich afspeelt in een pretpark. In een achtbaan of een spin of een ander draaierig makend apparaat. Bind de proefpersoon vast in het bakje en laat hem urenlang de meest misselijkmakende duiken en buitelingen maken, terwijl naast hem iemand zit die ritmisch en onvermoeibaar met een vuist op zijn oog slaat. Om de werkelijkheid zo dicht mogelijk te naderen klinkt er onophoudelijk knalharde stampmuziek en kijkt de proefpersoon recht in een schelle schijnwerper, afgewisseld door stroboscooplicht. Daarnaast is het beurtelings snikheet en ijskoud, en het experiment duurt geen twee minuten, maar twee dagen. Om daarnaast duidelijk te maken wat het effect van migraine is op het dagelijks leven van een patiënt vindt het experiment plaats op zijn verjaardag, of de verjaardag van iemand die hem lief is.

Maar dat zal wel weer niet te realiseren zijn.

Column voor tijdschrift Hoofdzaken.

donderdag 5 oktober 2017

The Wreck of the Unbelievable

Drie kwartier na thuiskomst uit Venetië, begint de wereld te deinen. Misschien heb ik omgekeerde zeebenen. Ook heb ik het opeens verschrikkelijk koud, maar dat is natuurlijk niet gek, ik bevind me weer een stuk noordelijker. Ik neem een hete douche en kruip in bed. Dat had ik misschien beter niet kunnen doen. Mijn matras blijkt te zijn veranderd in een vlot op zee. Stijf knijp ik mijn ogen dicht en ik hou me vast. Beelden van kromme stegen, huizen van suikergoed, mensenmassa’s die tegen de richting in lopen, alsof ze worden voortgedreven door een baas met een zweep – weg, opzij!
Ik spring uit bed, hol door de gang, de deur, de wc, het deksel, omhoog. Net op tijd.

Opgelucht terug naar bed. Dat hebben we gehad. Een ruwe landing, meer niet.
Ik zak weg. Halfgoden en mythische wezens komen langs mijn bed, hermafrodieten, sfinxen, hagedissenmannen, Kate Moss en Mickey Mouse en Pharrel Williams als sfinx.
Mijn lichaam port me wakker. Het is nog niet klaar. Heen en weer hol ik. En tussendoor slaap ik snippers. Ik kots zittend in bed. Ik kots knielend voor een teiltje op de vloer. Ik kots in de wc. Ik val in slaap met mijn armen om het teiltje geslagen, misschien tien minuten, een halve seconde, ik schrik wakker en kots opnieuw. De zelfverzekerdheid waarmee mijn lichaam de klus klaart stelt me gerust, laat mij maar, jij hoeft niks te doen. Maar na een keer of tien begin ik me af te vragen of het wel weet wat het doet, het blijft pompen, maar mijn maag is leeg – hou op, hou nou toch alsjeblieft op.
Ik merk nu pas dat ik onder de muggenbulten zit. Ik had geen mug gehoord of gezien daar. Muskieten? Die hoor je niet. Misschien heb ik malaria.

Nee. Ik weet het.
Maar eerst moet ik kotsen.

Clostridium perfringens. Bacterie die groeit op eten dat niet snel genoeg afkoelt of te lang wordt bewaard. Slaat na vier tot zestien uur toe.
De lasagne die ik een paar uur voor vertrek at. Een losgesneden rechthoek. De rest in een schaal die misschien al een dag op het aanrecht stond, of drie dagen in de koelkast – het duurde in elk geval lang voordat hij voor me op tafel stond.
Maar wat een waanzinnige stad, een pretpark voor volwassenen, een adembenemend doolhof. De merkwaardige groene kleur van het water dat overal was. Af en toe schoof er een flatgebouw voor de zon, de haven uit, de zee op.
Ik zak weer weg, mijn hoofd tegen de muur. In het donker naast mijn bed zweven drie identieke rode tekentjes. 3:33. Een neonkunstwerk. Hongaars paviljoen? Koreaans? Nabisch?
Morgen ben ik een wrak – maar een ongelooflijk wrak.

zondag 24 september 2017

Hoe het was en hoe het ging

Nadat ik een stuk in The Guardian las over de uit de pan gerezen huurprijzen van woningen in het centrum van Amsterdam, besloot ik mijn oude woning in de Frietsteeg te googelen.
Tien jaar heb ik er gewoond, half boven het inmiddels wereldberoemde Vlaamse frietloket en half boven een Turkse kleermaker die een etage huurde waarin je niet rechtop kon staan, een soort Being-John-Malkovic-verdieping.
900 euro per maand wilde de huisjesmelker die de halve straat bezat hebben voor de woning die ik van hem huurde. Nadat ik de huurcommissie had ingeschakeld werd de huurprijs teruggebracht naar 360 en was onze verstandhouding voorgoed verpest. Intimidaties, reparaties waar ik zelf voor opdraaide, kauwgum in mijn sleutelgat, you’ll name it, he did it.

Inmiddels is de huurprijs 1400 per maand, zie ik: de woning staat op Funda en is sinds twee maanden weer verhuurd. Er zit een nieuwe keuken in en de muren zijn gewit, maar de oude stopcontacten waar soms wel en soms geen stroom uit kwam, zitten er nog, even als de rochelende radiatoren. Ik lees dat hij een ‘splitsvergunning’ heeft aangevraagd, mijn ex-huisbaas, om van die woning van vijftig vierkante meter twee woningen te maken. Lekker knus.
Een paar deuren verder verhuurt hij een etage met de zolder erbij voor €3250,- per maand. Je moet maar durven. Maar ik ken hem: hij durft dat. En hij is niet de enige, verderop in de straat verhuurt iemand een kelder van 28 m2 waar nooit daglicht komt voor 1500 euro per maand. Voor dat geld is het wel gemeubileerd (een wit leren loveseat en barkrukken langs de muur) en heb je marmer in de badkamer.

Veel van de woningen van vijf jaar geleden zijn inmiddels geen woning meer, zie ik, en de brandweer moest vaak uitrukken. Alles staat op internet.
Alles. Want opeens zie ik een foto van de straat bij nacht, twee jongens in een verder uitgestorven straat. Het is een foto van een bewakingscamera die zo te zien aan de gevel hangt van het café waar ik tegenover woonde. De twee jongens hebben iemand zeer ernstig mishandeld, waarna (ik citeer de krant) het slachtoffer voor dood op straat bleef liggen. Vlak naast het gedenkteken tegen zinloos geweld dat daar is aangebracht nadat er een jongen was doodgeschopt.

Ik ken dat gedenkteken, een zwarte vierkante steen tussen de straatklinkers. Eens per jaar werden er zonnebloemen op gelegd, die de volgende morgen door de mannen van de gemeentereiniging voorzichtig tegen de gevel werden gelegd, waar ze nog een dagje bleven liggen. Boven de gedenksteen hangt een neon bord. Het hing pal voor mijn slaapkamerraam, vier letters, een levensgroot HELP.
Dat schenen zijn laatste woorden te zijn geweest. Ik keek ernaar, de eerste dag dat ik er kwam wonen en zei tegen mezelf: de kans dat zoiets hier nog een keer gebeurt is statistisch gezien nul.
Je moet toch wat. Maar het werkte, nooit heb ik me onveilig gevoeld in die rare, rumoerige steeg. Ik sliep slecht, maar dat was het.

En zelfs blijkt niet waar te zijn. Want als ik doorgoogel (terwijl ik weet dat ik moet stoppen) lees ik over het volgende slachtoffer van zinloos geweld in die straat. April 2011. Zes mannen. Ik woonde er nog. Ik was niet op vakantie. Achter de dichtgetrokken gordijnen op de eerste lag ik. Me veilig te wanen. Ik ben er dwars doorheen geslapen.


Laatste week om te doneren voor de bundel De Frietsteeg en andere stukken!
Klik hier.